De energietransitie gaat niet alleen over méér windmolens en zonnepanelen. De infrastructuur, die zorgt dat alle elektriciteit veilig, betrouwbaar en betaalbaar bij gezinnen en bedrijven geraakt, is net zo belangrijk.
In de Antwerpse haven werd enkele weken geleden het Brabo III-project officieel ingehuldigd. Tegelijk ondertekenden de netbeheerders Elia en TenneT een nieuwe samenwerkingsovereenkomst om de energie-infrastructuur tussen België en Nederland verder uit te bouwen.
Brabo III in Antwerpen
Met Brabo III werd het hoogspanningsnet in en rond de Antwerpse haven verder versterkt. Die haven is niet alleen een logistieke draaischijf, maar ook een van de grootste industriële clusters van Europa.
De bijkomende capaciteit moet ervoor zorgen dat bedrijven en industrie toegang houden tot voldoende elektriciteit, ook wanneer hun processen steeds meer elektrificeren. Dat is belangrijk voor hun concurrentiekracht, maar ook voor de verdere verduurzaming van de industrie.
De opening van Brabo III draait dus niet alleen om energievoorziening vandaag. Het project creëert ook ruimte voor toekomstige economische activiteiten en voor de integratie van bijkomende hernieuwbare energie.
Ook het batterijpark van Aspiravi in Brecht is in de omgeving aangesloten op het hoogspanningsnet. Die capaciteit moet leiden tot een verbeterede balancering van het net en meer flexibiliteit tijdens piek- en dalmomenten. Op jaarbasis komt de capaciteit van het batterijpark in Brecht overeen met het gemiddelde elektriciteitsverbruik van ongeveer 10.000 gezinnen. Het Brabo III project in de havenzone fungeert dan weer als de grote ‘energiesnelweg’ die de stroom verdeelt naar de zware industrie en het internationale net.
Energie stopt niet aan de grens
Naast de ingebruikname van Brabo III kwam er nog een belangrijke aankondiging. Elia en het Nederlandse TenneT bevestigden hun samenwerking voor verdere grensoverschrijdende infrastructuurprojecten.
Dat past binnen een bredere Europese evolutie. Energievoorziening wordt steeds minder een nationaal verhaal en steeds meer een netwerk van onderling verbonden landen.
Wanneer België en Nederland hun elektriciteitsnetten sterker koppelen, ontstaan verschillende voordelen:
- Elektriciteit kan makkelijker tussen landen uitgewisseld worden;
- Overschotten aan hernieuwbare energie kunnen efficiënter benut worden;
- Het systeem wordt veerkrachtiger bij storingen of onverwachte schommelingen;
- Investeringen in offshore wind kunnen beter worden geïntegreerd in het Europese energienet.
Voor België en Nederland is die samenwerking extra logisch. Beide landen investeren fors in offshore windenergie in de Noordzee en beschikken over belangrijke industriële clusters die steeds meer elektrificeren. Een sterker gekoppeld net maakt het mogelijk om die elektriciteit efficiënter te transporteren en beter te benutten.
Daarnaast verhoogt een grensoverschrijdend netwerk ook de energiezekerheid. Als productiecapaciteit in één land tijdelijk onder druk staat, kan elektriciteit vanuit een buurland worden aangevoerd. Dat maakt het systeem minder kwetsbaar en helpt prijsschommelingen beter op te vangen.
Op langere termijn vormen deze investeringen bovendien een belangrijke bouwsteen voor een Europees energiesysteem waarin hernieuwbare energie, opslag, elektrificatie en internationale uitwisseling steeds sterker met elkaar verbonden zijn.
Dat zijn investeringen die misschien minder zichtbaar zijn dan een windpark op zee, maar die minstens even belangrijk zijn voor de energievoorziening van morgen.