Duurzaamheid betekent ook een toekomst met zo veel mogelijk hernieuwbare energie. Maar hoe staat onze provincie ervoor op dat vlak? Het Limburgs klimaatbedrijf Nuhma registreert hoeveel energie de gemeenten in onze provincie verbruiken. Maar ook hoeveel én welke hernieuwbare energie ze opwekken.

Een recent cijfer: in oktober van dit jaar werd in Limburg 124.794 MWh aan hernieuwbare energie (HE) geproduceerd. Ter vergelijking: dat is evenveel energie als 35.500 gezinnen samen op één jaar tijd verbruiken. De gegevens komen van Nuhma. Het Limburgse klimaatbedrijf Nuhma is in handen van alle gemeenten in deze provincie (behalve Voeren) en de Antwerpse gemeente Laakdal. Het monitort elk kwartier het stroomverbruik én de productie van hernieuwbare energie per gemeente en toont deze cijfers op dashboards die online te raadplegen zijn, maar ook te zien op informatieschermen in de gemeenten.

De data zijn echter geen zuivere wetenschap. Het gaat om bijvoorbeeld alleen om de verbruikte elektriciteit op het laag- en middenspanningsnet. De elektriciteitsafname die rechtstreeks is aangesloten op het hoogspanningsnet van Elia – zoals de zware industrie – is niet opgenomen in de cijfers. Nuhma zegt dat de getoonde gegevens in de energiedata niet 100% exact zijn: het is een rekenmodel dat zich baseert op beschikbare gegevens waarop ook nog een foutenmarge zit. Het geeft wel een indicatie hoeveel stroom de Limburgse gemeenten verbruiken en hoeveel hernieuwbare energie ze op hun eigen grondgebied opwekken.

Het positieve nieuws is dat er in alle Limburgse gemeenten lokaal groene energie opgewekt wordt via zon, wind, water, biogas, biomassa en/of warmte-krachtkoppeling. In de ene gemeente is dat al wat meer dan de andere. Van de 41 gemeenten – Voeren zit er niet bij – zijn er 16 die alleen zonne-energie opwekken volgens de Nuhma-cijfers. Twaalf hebben een mix van zonnepanelen en een tweede technologie: windenergie of warmte-krachtkoppeling. Vijf gemeenten combineren drie technologieën en acht gemeenten kunnen groene stroom puren uit een mix van vier technologieën. In Ham wordt bijvoorbeeld hernieuwbare energie gehaald uit zon, wind, water en biomassa, al zijn die technologieën niet altijd op hetzelfde moment actief.

1. Zonnepanelen

Zonnepanelen of PV-installaties zijn de meest bekende vorm van hernieuwbare energie. Het is ook de toegankelijke manier voor burgers om zelf hernieuwbare energie op te wekken. Volgens de meest recente cijfers (eind augustus 2021) liggen er in Limburg 611.263 zonnepanelen, goed voor een totaal vermogen van 4.139 MWh. Deze cijfers zijn een onderschatting van de werkelijkheid omdat nog niet alle nieuwe PV-installaties administratief verwerkt zijn, maar ook omdat sommige mensen hun installatie niet aanmelden.

2. Wind

Na zon is wind de grootste leverancier van hernieuwbare energie in Limburg. Van de 610 Vlaamse windturbines molenwieken er 132 in onze provincie. Er zijn 18 gemeenten met minstens één windmolen op hun grondgebied. Genk, Lommel en Beringen staan met hun aantallen zelfs op de zesde, zevende en achtste plaats in Vlaanderen. Wie windenergie zegt, denkt meteen aan de imposante windmolens in het landschap.

Hoe komt het dat we geen kleine windmolens zien op de daken van de huizen? “Hoe groter de turbine, hoe meer energie je kunt opwekken”, zegt energiesysteemexpert Pieter Vingerhoets van EnergyVille. “Een kleine windmolen op je dak is daarom niet echt zinvol. Bovendien moet je wind oogsten op plekken waar een stabiele wind waait, dat is ook niet overal. En hoe hoger, hoe meer wind. Dus daarom staan er van die hele grote windmolens.” Wind heeft als bron van hernieuwbare energie een hogere capaciteitsfactor dan zon. Dat geldt wanneer de turbines op continu kunnen draaien. Alleen draaien ze nooit non-stop op volle kracht omdat ze volledig afhankelijk zijn van de wind.

3. Biogas

Biogas is het resultaat van vergisting van organisch materiaal zoals mest, slib, GFT-afval, gras of mais. Verschillende grote landbouwbedrijven hebben daarom een biogascentrale geïnstalleerd. Het gasmengsel dat daarbij vrijkomt, bestaat vooral uit methaan en verder koolstofdioxide, waterdamp, waterstofsulfide en ammoniak. Door zijn biologische oorsprong wordt biogas – soms biomethaan genoemd – gecatalogeerd onder hernieuwbare energie. In tegenstelling tot zonnepanelen of windturbines verbruikt een biogascentrale zelf ook energie voor warmte en elektriciteit. Een nadeel is dat biogas geurhinder – de stank van rotte eieren – kunnen veroorzaken. Er zijn 13 Limburgse gemeenten met een of meerdere biogascentrales op hun grondgebied.

4. Biomassa

Biomassa is brandstof voor verbrandingsmotoren dat zijn oorsprong vindt in afval, zoals snoeiafval, rest- en afvalhout uit de industrie, GFT, rioolwaterslib, oud papier en restafval van de landbouw. Maar het kunnen evengoed dierlijke vetten, planten of plantaardige producten zijn die speciaal geteeld worden voor energiedoelen. Denk aan koolzaadolie, palmolie, suikerriet of mais. Biomassa wordt als hernieuwbaar beoordeeld omdat de geoogste bomen of planten opnieuw kunnen groeien. In Limburg wordt hernieuwbare energie opgewekt via biomassa in Genk, Ham, Lummen en Houthalen-Helchteren. “Bij verbranding van hout komt er ook fijn stof vrij. Hernieuwbare energie is dus niet altijd synoniem voor milieuvriendelijke energie”, zegt expert Vingerhoets.

5. Warmte-krachtkoppeling

Bij warmte-krachtkoppeling (WKK) levert een verbrandingsmotor of gasturbine zowel elektriciteit als warmte op. Die warmte kan gerecupereerd worden als extra energie om bijvoorbeeld water op te warmen of stoom te produceren. Warmte-krachtkoppeling is vaak een hernieuwbaar bijproduct van energie die voortvloeit uit fossiele brandstoffen zoals gas of olie. Al is het eveneens mogelijk om motoren te laten draaien op biomassa of biogas. Het is een technologie die interessant is voor grote gebouwen die verwarmd moeten worden. Verschillende Limburgse ziekenhuizen maken bijvoorbeeld gebruik van deze technologie. De voordelen van WKK zijn een lager brandstofverbruik, lagere CO2-uitstoot en een verwarmingsfactuur die tot 10% kan dalen. Papierfabriek Sappi in Lanaken beschikt over de grootste WKK-installatie van Limburg.

6. Water

De sluizencomplexen in Ham en Hasselt zijn uitgerust met speciale pompinstallaties die het Albertkanaal op peil houden bij waterschaarste. Bij wateroverschot functioneren de installaties als waterkrachtcentrale. Ze leveren stroom aan de sluizen en wekken ook nog eens het jaarverbruik van een duizendtal gezinnen op.

Volgens de meest recente cijfers van Nuhma zijn er in Limburg maar twee waterkrachtcentrales: in grote installatie Ham en een kleine in Bocholt. De waterkrachtcentrale in Hasselt is nog niet opgenomen in de cijfers en ook in Diepenbeek wordt aan het Albertkanaal momenteel een waterkrachtcentrale gebouwd. “Er zit over het algemeen in Limburg weinig potentieel in hernieuwbare energie uit waterkracht”, zegt expert Vingerhoets. “Er is te weinig hoogteverschil om veel energie te kunnen puren uit water. Aan de watervallen van Coo is dat bijvoorbeeld wel anders.”

 

 

Bron: HBvL