Thistle Wind Partners, het consortium dat Aspiravi samen met DEME Group en Qair Group vormt, heeft een concessie gewonnen voor 2 offshore windparken in Schotse wateren. Het ene windpark wordt met vaste funderingen gebouwd, het andere met drijvende funderingen. Beide windparken zijn samen goed voor een projectzone van zo’n 390 km² en een geïnstalleerd vermogen van maar liefst 2 GW.

Een belangrijke veilingronde voor offshorewindparken in Schotland heeft enkele Belgische winnaars opgeleverd. Een consortium met de baggergroep DEME en het gemeentelijke groenestroombedrijf Aspiravi mag twee windparken bouwen. Een van de twee parken bestaat uit klassieke windturbines op funderingen, het andere maakt gebruik van drijvende technologie. Ook een consortium rond het Oostendse Elicio (het vroegere Electrawinds) kreeg een locatie toegewezen.

Drijvende windturbines zijn een belangrijk nieuwe stap voor de ontwikkeling van offshorewind, zegt Kristof Van Loon, de algemeen directeur van DEME Concessions, de ontwikkelingstak van de Belgische baggergroep DEME. Hij wijst erop dat zusterbedrijf DEME Offshore, actief in de bouw van windparken, een aparte floating-offshoretak heeft opgericht. Drijvende windturbines kunnen op veel meer plekken geplaatst worden dan windturbines met funderingen. Stalen of betonnen funderingen zijn technisch of economisch niet haalbaar op te grote dieptes.

Er zijn nog niet veel drijvende windparken en er is nog geen dominante technologie. Er wordt geëxperimenteerd met diverse modellen, van turbines op een drijvend platform tot turbines met lange structuren en contragewichten onder water. Kabels verankerd in de zeebodem moeten die op hun plaats houden. Het project van Elicio maakt gebruik van een groot drijvend betonnen vierkant, een structuur die de impact van golven moet temperen.

De parken in Schotland zullen nog niet meteen gebouwd worden en ook de concrete investeringsbedragen zijn nog niet bekend. Via de veiling Scotwind heeft Crown Estate Schotland 17 opties op een locatie toegewezen. De winnaars van deze ronde hebben nu tien jaar de tijd om aansluitingen en vergunningen te regelen en het project tot in detail voor te bereiden.

Een cruciale stap is de inkomsten veiligstellen. De geselecteerde projecten kunnen Britse steun aanvragen via het mechanisme Contract for Difference (CfD): er wordt een vaste productieprijs afgesproken en alleen als de marktprijs onder dat niveau daalt, krijgt de groenestroomproducent het verschil als steun. Van Loon wijst erop dat DEME nog niet beslist heeft of het zal meedoen aan een CfD-aanbesteding of dat de energie uit de windparken zal worden omgezet in waterstof. ‘Schotland wil hard inzetten op de productie van groene waterstof.’

Belgen

De Schotse veiling werd in de sector met veel belangstelling gevolgd: 74 consortia namen deel en er werden voor 24.826 megawatt projecten geselecteerd. Dat is ruim tien keer meer dan de capaciteit van de negen parken die al in de Belgische Noordzee werden gebouwd (2.262 megawatt). De twee parken die DEME met zijn partner Aspiravi en het Franse Qair binnenhaalde, zijn samen goed voor 2.016 megawatt en dus van de ordegrootte van de hele Belgische windparkzone. ‘Projecten worden groter om schaalvoordelen te creëren’, zegt Van Loon.

Referenties

Dat Belgische partijen bij deze veiling een kans maakten, komt wellicht omdat grote partijen minder agressief boden en omdat er aandacht was voor de haalbaarheid van de projecten. De Belgische spelers hebben hun referenties in de Noordzee. Een eerdere veiling voor een windproject in het Franse Duinkerke was enkele jaren geleden een flop voor de Belgische windparksector, die ondanks de vele projecten achter het net viste.

Aspiravi verwerft in het kielzog van DEME zijn eerste offshoreproject buiten België. Ook Elicio trekt voor het eerst naar het buitenland met een zeewindpark. Het bedrijf dat in handen is van de Luikse intercommunale groep Nethys werd geselecteerd voor drijvende turbines ruim 75 kilometer voor de kust. Het project van 960 megawatt werd ingediend door een consortium met het Duitse BayWa en het Franse Ideol.

Ook Engie, het Franse moederbedrijf van Electrabel, mag een windpark van 1.000 megawatt bouwen via Ocean Winds, een joint venture met het Portugese EDPR. Een andere ambitieuze Belgische speler met internationale activiteiten, Parkwind van de groep Virya Energy (Colruyt), viel in Schotland uit de boot. Grote bedrijven als de oliereuzen Shell en BP haalden wel locaties binnen.

Kandidaten moesten een vergoeding betalen om het park te mogen bouwen. In totaal vloeit dankzij de veiling 700 miljoen pond (838 miljoen euro) naar de Schotse overheid. Het DEME-consortium, met de naam Thistle Wind Partners, heeft voor de twee windparken 38,7 miljoen pond (46,3 miljoen euro) veil.

Bron: De TijdAspiravi