Het nationale klimaatakkoord en de Parijse klimaattop

Na 6 jaar onderhandelen is ons land erin geslaagd om tot een nationaal klimaatakkoord te komen dat uitwerkt hoe we de doelstellingen zullen halen die door Europa voor 2020 zijn vastgelegd. Dit was geen seconde te vroeg want op de klimaattop in Parijs was België de slechte leerling van de klas. In het akkoord staat onder meer dat de uitstoot in Vlaanderen met 15,7% moet verminderen ten opzichte van 2005, dit is iets ambitieuzer dan de Belgische doelstelling van 15,2%. Ook in Parijs werd er ondertussen onderhandeld over nieuwe doelstellingen voor 2030.

Iedere lidstaat kreeg van Europa de opdracht om tegen 2020 13% van haar energie uit hernieuwbare energie te halen. Er is nu binnen België een verdeling afgesproken tussen de gewesten en de federale overheid om deze doelstelling te behalen. Voor Vlaanderen zou het naar verluid gaan om 120 extra windmolens tegen 2020. Ludo Kelchtermans, algemeen directeur van Nuhma, stelt zich echter vragen bij de haalbaarheid van deze extra windmolens. “Het ontbreekt momenteel niet enkel aan draagvlak voor bijkomende turbines, maar tevens aan plaats in windrijke gebieden. De beslissing met betrekking tot de nucleaire centrales brengt bovendien de rendabiliteit van de turbines in het gedrang en het is dus maar de vraag of er nog voldoende investeerders (en banken) bereid zijn om te investeren”. Er zullen dus nog heel wat bijkomende inspanningen nodig zijn om de doelstellingen te behalen.

Tevens heeft het akkoord het over de verdeling van de inkomsten van het Klimaatfonds, dat geld bevat van bedrijven die uitstootrechten kopen. Vlaanderen zal kunnen rekenen op 52,76% van de middelen uit voornoemd fonds.

De resultaten van de Parijse klimaattop

In Parijs werd ondertussen onderhandeld over de doelstellingen die tegen 2030 en daarna door de lidstaten behaald moeten worden. De deelnemende landen zijn in de zogenaamde ‘Paris Agreement’ onder andere overeengekomen om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius, met een ambitieuzer streefdoel van 1,5 graden. Deze limiet van 2 graden betekent in de praktijk dat tegen 2050 de uitstoot zo’n 40 tot 70% lager moet zijn ten opzichte van deze in 2010. Daarenboven engageren de landen zich om de uitstoot zo snel mogelijk te verminderen.

Overige doelstellingen bestaan er onder andere in om elke 5 jaar de nationale klimaatplannen bij te sturen, zodat ambitieuzere inspanningen mogelijk gemaakt kunnen worden. De 186 landen die het akkoord ondertekenen zullen geregeld hun gezamenlijke vooruitgang analyseren, en dit voor de eerste keer in 2023. Hiertoe zal een systeem gecreëerd worden dat emissiereducties bewaakt, meet en verifieert. Dit zal de nodige inzichten geven in wie welke inspanningen doet en een drukkingsmiddel vormen voor de slechte leerlingen van de klas.

Tevens zullen er kredieten ter beschikking gesteld worden aan de landen om strategieën en projecten uit te werken die duurzame ontwikkeling promoten. Daarnaast zullen de meest ontwikkelde landen de ontwikkelingslanden helpen met de kostprijs die gepaard gaat bij het verminderen van de uitstoot en de aanpassingen aan de gevolgen van de klimaatopwarming.

Smart Cities

Biodiversiteit

Overheid is essentieel

Afval als grondstof

Grijs of Groen Limburg?

Visie Nuhma in beeld


Opbouw windmolen


Quinta Essentia